Jubileumconcertreis Angers 2008, 26 mei – 1 juni

Precies drie jaar geleden schreef ik een reisverslag (zie www.symfonieorkesthaerlem.nl) over onze orkestreis naar Berlijn met de openingszin: ‘Met een hoofd vol muziek, vingers vol loopjes en een hart, overlopend van warme en hartelijke gevoelens…’. Het is geen gebrek aan fantasie, maar treffender kan ik óók deze keer niet beginnen! Onze vorige reis was eveneens ter viering van een (uitgesteld) jubileum. Vandaag is het op de kop af 70 jaar geleden, dat ons orkest werd opgericht: één dag nà de terugkeer uit het Franse Angers, meer dan een halve eeuw de jumelagestad van Haarlem.

De voorbereiding:
In Berlijn was er – ondanks het feit dat het ‘wereld beroemde amateur-orkest uit Haarlem’ zou komen concerteren – veel te weinig publiek. Daarom luidde de opdracht van het bestuur aan de lustrumcommissie deze keer ‘….Regel een reis met een koor, dan zijn we verzekerd van veel luisteraars’. Dat is gelukt. Meer dan genoeg publiek. Op alle drie de concerten. Dat wel. Maar samenwerken met een koor, tja, dat heeft zo zijn eigen dynamiek……daarover verderop. We werden bijgestaan door het bureau van “IC-productions”, in de persoon van de directeur de heer Klaas Touwen.

De deelnemers:
Uit het orkest: 33 leden + dirigent. Geen slechte score als ongeveer 2/3 van je eigen leden mee kan/gaat. Vanwege de bezetting aangevuld met 20 gastspelers uit alle windstreken van Nederland plus een Franse harpiste. De reisleiding was in handen van Maria Wolff, die zich ontpopte tot een relaxed, vriendelijk, goedlachs en werkelijk uitstekend organisatietalent, bijgestaan door de voorzitter en mede geadviseerd door de dirigent Nick Devons en Klaas Touwen. Maria was uiterst attent voor een ieder: zo had zij voor onze drie (!) jarige spelers een kleine attentie. Voor de dirigent en de soliste een “fluitje-van-een-cent” met halskoord. Voor de notabelen ten stadhuize “Haarlemmerhalletjes” (snoepjes) en ook de Franse koordirigent Phillipe Boutin was niet vergeten.

De reis:
De hele week hadden we een eigen bus ter beschikking, waarbij de rijtijdenwet ons af en toe wel wat parten speelde. Chauffeur Bert was uiterst behulpzaam en gezellig. De start was vertraagd, omdat de NS niet meewerkte met stipte aanvoer van de spelers, die bij station Haarlem-Spaarnwoude/IKEA zouden opstappen. Eerder had de goed geoliede transportcommissie, bestaande uit Hans en Wiek, de grote instrumenten in alle vroegte met de bus uit de “Egelantier” opgehaald. In Angers hebben ze ook steeds de orkestbakken ingericht. Onmiddellijk heeft Nelleke ons nieuwe spandoek met www.symfonieorkesthaerlem.nl op de achterzijde van het busraam geplakt. Stond zeer professioneel. André Rieu zou er nog iets van kunnen leren!

Het verblijf:
Een soort conferentieoord, aangenaam gelegen in het Parc de Loisirs aan het Lac de Maine, net even buiten Angers. Goede kamers, redelijk ontbijt en diner in buffetvorm. Eigen grote repetitie ruimte, juist geschikt. Het Lac herbergde ondermeer een beverrat met vier jongen, die velen in vervoering brachten. Men stond extra vroeg op om hen te spotten, dan wel te fotograferen. Hoornist Thomas zocht op zijn meegebrachte laptop op of deze dieren nu juist wel of juist geen platte staart hebben….Veel groen, veel vogels. Ook is rond het meer nog een enkele vroege jogger van ons waargenomen. Die kon zich nauwelijks in de belangstelling verheugen. Onze paar zwemmers zijn door niemand gezien.

De repetities:
Naast de concerten: de kern en mede het doel van de reis. Een hele week vele uren per dag ondergedompeld in de muziek. Intensief studeren. Afhankelijk van de toonsoort uitkomen op ‘de onderkant’ of de ‘bovenkant’ van de noot. Niks “wohl temperiert”. Akkoorden aanhouden voor de intonatie. Inspirerend en geduldig uitgelegd, voorgezongen of voorgefloten door een bevlogen, geestige dirigent, opgeslurpt door gretige, goed uitgeruste spelers van een goed amateur niveau. Muzikale lijnen, maatblokken leren kennen en herkennen en dan ook zo spelen, chromatische doorwerkingen, sonate vorm, van dominant septiem akkoord naar de volgende doorwerking. Als dat geen smullen is….. Ik kan er in elk geval niet genoeg van krijgen. Op de laatste repetitie, wat zeg ik, openbare muzieklessen, was hij heel tevreden en stuurde twee vrolijke, intens gemeende, kushandjes de oefenzaal in. De laatste ochtend wilde Nick eigenlijk niet meer repeteren. De muziek zat er goed in, verder studeren zou het resultaat eerder verslechteren. Op verzoek heeft hij toen een goed bezochte theorieles gegeven over natuurtonen, kwintencirkel, subdominant akkoorden en waarom muziek in de ene toonsoort zo anders klinkt dan in een andere. Het aantal kruizen of mollen bepaalt de sfeer en het karakter. Erg interessant en leerzaam. Een unieke kans om de basis nu eens goed te begrijpen,- echt een waardevolle toevoeging aan een orkestreis. Nick is niet alleen een super dirigent, maar ook een begaafd docent.

Op het repertoire stond
voor orkest alleen:

Verdi: “Un ballo in Maschera” (volgens B. moet het ‘mascara’ zijn!)
Chaminade: Concertino pour flute, soliste Paula van Wijk. Eerste fluitiste bij ons orkest.
Schubert: Symfonie, nr 7
Bartok: Roemeense Dansen

voor koor en orkest:

Fauré: delen uit het Requiem: Sanctus en Agnus Dei.
Beethoven: een verrassende samenstelling van delen uit de 9de symfonie .”Ode à la Joie” (“Alle Menschen werden Brüder”).

voor koor apart: Franse chansons

Na een tijdje krijgen spelers van Nick, maar juist ook van elkaar, complimenten als een moeilijke passage lukt. Of er klinkt alleen maar zacht gezucht: ‘oh, wat mooi’. Eindelijk kon ik eens horen hoe prachtig de solopartijen van het “hout” en het “koper” zijn in Schubert. Op het puntje van je stoel met kippenvel. Applaus van de orkestleden als soliste Paula de sterren van de hemel speelt. Dàt moment, aan het eind van haar lange en moeilijke cadens in het fluitconcert, als het orkest dan echt heel erg zacht, bijna hemels, inzet (‘met twee haren van de strijkstok op de toets’; hoor ik al wat?)…..Je moet een orkest vooral ook beoordelen op hoe zacht het kan spelen. Dat kàn dus. De cohesie van de leden groeit gestaag en de stemming kan niet beter. De gasttrombones, gewend om bij de harmonie eens lekker uit te pakken, werden aanvankelijk behoorlijk streng aangepakt door de dirigent. Na twee dagen ging ik toch maar eens informeren of ze het nog wel naar hun zin hadden. Het antwoord: “als het nog niet goed ìs, zorgen we dat het goed wòrdt”. En dat werd het: drie trombones, die meerstemmig zacht spelen! Dat is echt heel erg mooi. Bij het afscheid op zondagavond zeiden ze me wel, dat ze ‘m thuis weer eens even lekker zouden gaan opzetten. Op dinsdagavond was de eerste repetitie met koor en orkest. Nick zou Fauré dirigeren en Boutin Beethoven. Dit allemaal in het kader van de jumelage-gedachte. Op zichzelf een goede formule….Het pakte anders uit. Het koor heeft normaal een repertoirekeuze uit het lichte genre. Fauré en Beethoven horen daar niet bij. Boutin had laten weten, dat zijn koor nog nooit met orkest had gespeeld. Hijzelf misschien ook niet. Onze dirigent had er een zware dobber aan om het koor met het orkest vertrouwd te maken. Daarna zou Boutin Beethoven dirigeren. Het leek of de Fransman er tegenop zag. Tot zijn stomme verbazing, zo leek het, gehoorzaamde het orkest moeiteloos, aan zijn slag. “Ode à la Joie” ging matig. Er moest daarna toch nog wat veranderen aan de delen van Fauré. Het ‘kwartetten’ met de delen uit het Requiem gaf tenslotte als resultaat: alleen het “Sanctus” voor koor en orkest en als een muzikaal intermezzo het orkest alleen met het “Agnus Deï” en Beethoven dan weer samen.

Ontvangst op het stadhuis:
Vlak voor het eerste concert werd het orkest ten stadhuize ontvangen. Wij waren al in concertkleding. Gaf bepaald standing aan het geheel. De zeer jonge culturele attaché, namens de gemeente Haarlem aanwezig, was eveneens aanwezig. De stad Haarlem bood de bloemen voor dirigent en soliste aan. Alleraardigst toegesproken door de loco-burgemeester. Vervolgens had Maria een toespraakje voorbereid, Marianne had nog wat aan het Frans geschaafd. Wat was ik trots op je, zoals je daar stond! Stralend in je lange zwarte concertjurk met fraaie halslijn, om te bedanken voor de gastvrijheid, om de stedenband te versterken en de ‘halletjes’ te overhandigen. Jij ontving een boek over de stad Angers. Koorleden waren er ook. En natuurlijk de koordirigent, die een passie bleek te hebben voor zeer opmerkelijke stropdassen met wilde muziekmotieven. Hij heeft er wel tien, we hebben er drie kunnen bewonderen. Vier leden van het orkest hadden eerder in rap tempo een grappig kwartetje ingestudeerd. Was erg geslaagd. Glaasje champagne, koekje erbij en daarna – om alvast in te spelen – naar La Chapelle des Ursulines, gelegen achter het stadhuis met een binnendoorgang.

De locaties/concerten:
De lustrumcommissie, in de zomer van 2007 naar Angers om de locaties etc. te bezoeken, heeft zich, ondanks veel inspanningen, geen toegang tot de ‘Kapel van de Ursulinen’ kunnen verschaffen. Dat was dus wel een beetje een avontuur. Klaas Touwen had ons echter verzekerd, dat het een prima locatie is. En hij had gelijk: de juiste grootte, hoog, mooi gerestaureerde, prachtig altaar. Het concert, ditmaal alleen gespeeld door het SOH zonder koor, werd aangeboden aan de ambtenaren van Angers. De grote kapel was tot de laatste plaats bezet. Mede daardoor ontstond een perfecte akoestiek. Bijna verlegen kwam soliste Paula op, gekleed in een groene getailleerde korte jurk met bijpassende ketting. Haar spelen was alles behalve verlegen: de fluit klonk prachtig en vol onder het hoge gewelf. We speelden echt een goed concert en de Franse luisteraars waren enthousiast. Op de eerste rij zaten mevrouw en Philippe Boutin. Tevens waren diverse koorleden aanwezig. Op vrijdag concerteerden we in de ‘Eglise St. Leonard’. Ook al een toplocatie. Stelde echter wel hoge eisen aan het orkest vanwege de akoestiek en nagalm onder de hoge koepel. Er waren naar schatting 150 mensen. De familie van Paula was speciaal overgekomen. Ditmaal verscheen zij in een oogverblindende lange witte jurk met spaghettibandjes, diep uitgesneden en een verrassend rugdecolleté. Hardop golfden er ‘oh’s en ah’s’ door het orkest. Dit was het eerste integrale concert. Koor apart, orkest apart en dan de co-productie. Hun eigen repertoire van lichte, vrolijke en easy-listening muziek kwam er goed tot zijn recht. Het laatste concert was in ‘Les Trois Mats’, een soort muziekcentrum/buurthuis, waar het koor zijn vaste stek heeft. Eenvoudig, maar wel met alle voorzieningen. Goed verlicht, oplopend podium voor het koor. Boutin kwam op met zijn wildste helblauwe muziekdas met een groot geometrisch klavier erop. Algemeen gelach van de orkestleden, zodanig, dat Boutin zich genoodzaakt zag om zich om te draaien naar het publiek om die das te tonen. De stemming zat er gelijk in. De keuze van Beethoven had Boutin kennelijk goed aangevoeld, want nog voor hij had afgeslagen, applaudisseerde het publiek met de handen boven hun hoofd. Een reprise kon niet uitblijven. Door de eenvoud van de locatie, kreeg de overigens weer uitstekende concertprestatie van ons orkest, een huiselijk karakter. Omdat het binnen snikheet was mochten de heren hun jasjes uit en de deuren naar de straat stonden open. Ook nu weer ruim honderd luisteraars. Deze akoestiek was droog. Dus wat in de Eglise ‘kort en puntig’ gespeeld moest worden vanwege de nagalm, moest hier met veel vibrato gespeeld worden. Weer een ander leermoment. Bij het bedanken tenslotte wist Nick de omhelzing van zijn warm gelopen vriend Philippe maar net te ontwijken. Maar gejoel “accolade, accolade” bezegelde tenslotte de vriendschap.

Het koor:
Op aanraden van de gemeente Haarlem kwamen we in contact met het koor “La Corentine”. Als koor misschien geen erg gelukkige keuze vanwege hun repertoire. Maar wat een aardige mensen! Kwamen ter kennismaking eten in Lac de Maine, velen waren ook op de ontvangst in het stadhuis, sommigen gingen mee met een aantal excursies in Angers, men kwam met kersen uit eigen tuin, en een kleine attentie voor alle orkestleden (blauwe (!) chocolade uit Angers). Op zondagmorgen vroeg, in de regen, uitzwaaien. Een afscheidsborrel in “Les trois Mats”. Onze gastviolist Peter Szabo had in het geheim een accordeon van Boutin geleend. Peter bleek daar heel goed mee overweg te kunnen. Jan Peek wist niet hoe snel hij zijn trombone weer uit moest pakken om eens even lekker mee te blazen. Zo zwierden de tulpen uit Amsterdam weer langs, “Vous permettez, monsieur” was ook weer van de partij. Europese evergreens…Dansen werd al snel een luidruchtige vrolijke polonaise. Wie zegt er nou, dat Haarlemmers zo stijf zijn? Volgens mij werden er nog andere dingen gevierd, behalve een orkest dat aan het eind van een intensieve week van werken en concerteren, spanning ontlaadt. Het was ongetwijfeld ook het vieren van het succes van laveren tussen een koor en orkest, die niet helemaal voor elkaar bestemd waren. Het was allemaal toch goed afgelopen. De jumelage vierde hoogtij! En tenslotte een ontroerende bedankbrief met de handtekeningen van alle koorleden met de bekende Franse welsprekendheid om in de bus voor te lezen: ‘….Dank voor de emotie, die het spelen van Schubert hen gegeven had. Pure vreugde, geluk voor de ogen, de oren en het hart. Dank voor de inzet van allen en dank voor ons intense samenzijn….’.

Op de terugweg in de bus heeft Maria gelijk een concept bedankbrief gemaakt, die Marianne ook weer even bekeken heeft. Als dat geen stedenband is dan weet ik het ook niet meer. Het wordt heus nog wel wat met de Europese éénwording. Aan ons zal het niet liggen.

De stad Angers:
Je kunt nu eenmaal niet de hele dag repeteren. Daarom had de lustrumcommissie een aantal aantrekkelijke excursies georganiseerd in Angers, dat schitterend gelegen is aan de samenvloeiing van de Maine en de Loire. Een middeleeuws centrum in een stad, die ongeveer zo groot is als Haarlem. Op het programma stond een wijnproeverij. Doosjes wijn werden de bus binnengezeuld,- dat is nu eenmaal de bedoeling van proeven. Verder een bezoek aan het Musée des Beaux-Arts en het tapijtmuseum Jean Lurcat: hangende, moderne, zeer grote tapijten met veelkleurige motieven op een zwarte ondergrond. In het kasteel vormen de tientallen meters heel oude tapijten op een hoofdzakelijk lichtblauwe ondergrond een waar kontrast met Lurcat en tegelijk ook weer niet. De voorstellingen gaan steeds over de ondergang van de wereld, hemel, vagevuur, en de moderne variant daarvan: de verkenning van het heelal…. Frank – een expert in het vinden van prachtige locaties – had destijds zijn zinnen gezet op een optreden in de grote kathedraal. Het is maar goed dat dat niet lukte: meer dan 2000 stoelen, bijna tweemaal zo groot als onze Bavo in Haarlem. Veel te groot.

“Die houden we erin…”
Nick: bij het repeteren van het Agnus Dei. “Je bent wel in de hemel, maar dat is nog geen reden om vals te spelen”. Op een bijdehante opmerking van M., gaf hij “No comment”. Dat kreeg hij daarna toepasselijk verschillende keren terug. Toen het begeleiden van de fluit nog niet zacht genoeg was, liet Nick weten, dat wij nu eenmaal geen tuba begeleiden. De drie hoornisten verdelen de vier hoornpartijen, zodat alle noten er toch zijn. De dirigent vraagt Corinne die hele lage noot nog eens te laten horen. Antwoord: “die noot heb ik gedelegeerd”. Orkestleden onder hun lessenaar van de lach. Ineens wil een aantal strijkers hele bladzijden delegeren. Verder raadde de dirigent de strijkers af om ‘Google-vibrato’ te gebruiken,- is vooral teveel zoeken… Nick bij het inspelen in de ‘Eglise St. Leonard’: “jullie spelen echt prachtig, werkelijk bijna CD kwaliteit!” De volgende passage kon zijn goedkeuring echter niet wegdragen. “Eigenlijk heeft vooral de kerk heeft CD kwaliteit”!

Doel en resultaat:
Het doel van deze reis was om ons 70-jarig bestaan te vieren en de samenhang tussen orkestleden te stimuleren. Goede onderlinge relaties geven nu eenmaal maximaal muzikaal resultaat. Intensief muziek te maken, concerten te geven…. Ik realiseer me maar al te goed, dat zoiets niet gaat zonder de enorme inzet van onze dirigent, die het hart en de ziel van het orkest is. Nick, we zijn blij met je!! Het gaat ook niet zonder de inzet van een hard werkend bestuur: de motor van het orkest. Maar ook de inspanningen van alle commissies (lustrumcommissie, transportcommissie, orkestbeheerder, bibliothecaris, reisleider, Klaas Touwen) zijn onmisbaar. Toch is dit allemaal slechts voorwaarden scheppend. Uiteindelijk staat of valt het succes van zo’n week met de inzet en muziekvreugde van alle orkestleden. Het was een hele geslaagde, bijzondere en intensieve topweek. Al het werk dubbel en dwars waard.

Fransje Smit-Scalongne, voorzitter

Haarlem, 2 juni 2008