Najaarsconcert 2016 – Sea Pictures

Philharmonie, 27/11/2016, 15:00

voorkant-page001Ravel
Pavane pour une infante défunte
Elgar
Sea Pictures
Soliste: Hetty Jansen
Dvořák
Symfonie nr. 8


Bestel kaarten >>
Praktische informatie >>

HETTY JANSEN (soliste)

hetty_jansenHetty Jansen studeerde zang aan het Conservatorium van Amsterdam. Daarvoor behaalde ze haar doctoraal in de Communicatiewetenschap aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. In Amsterdam studeerde ze bij Hein Meens en later bij Aafje Heynis en Margreet Honig. Momenteel wordt ze begeleid door Peter Harrison.
Authenticiteit en bezieling zijn waarden die Hetty centraal stelt in haar muzikale benadering. Critici typeerden haar stem als ‘helder en krachtig’ en haar uitvoering als ‘hartstochtelijk en passievol’. Als veelzijdige musicienne weet ze te ontroeren in de Passionen van Bach, maar ook het publiek ‘in vervoering te brengen’ met Spaans repertoire tijdens een zomeravondconcert op de gracht.
Hetty vertolkte een breed repertoire, variërend van Bachs Matthäus Passion tot het Stabat Mater van Szymanovski en De Staat van Louis Andriessen. Hetty was te beluisteren in operaproducties en recitals in Nederland, Duitsland, België en Italië. Bij verschillende gelegenheden trad ze op voor de Nederlandse radio en televisie.
In de afgelopen jaren zong zij bij verschillende orkesten: ‘les Nuits d’Eté’ van Berlioz en de ‘Wesendonck lieder’ van Wagner met het Betuws Symfonieorkest en het Symfonieorkest Haerlem o.l.v Nick Devons; in 2011 de ‘Lieder eines fahrenden Gesellen’ van Mahler met het Wings Ensemble o.l.v. Jurjen Hempel in de Kleine Zaal van de Philharmonie. Bij dezelfde gelegenheid voerde zij samen met het Wingsensemble de Wereldpremière uit van het stuk ‘Oranges visible from the air’ van de jonge componist Max Knigge.
Recentelijk zong zij met het trio Peter Beets en de sopraan Judith van Wanroij in het zeer succesvol ontvangen project ‘Opera meets the Blues’ onder meer in het Concertgebouw in Amsterdam, op het Grachtenfestival, Wonderfeel, Kamermuziekfestival Schiermonnikoog. In juli 2014 reisde het gezelschap naar Busan en Seoul, Zuid-Korea.
Hetty woont in Haarlem met haar man Paul Rutten, en haar zoon Elias.

Pavane pour une infante défunte

Maurice Ravel (1875-1937)

maurice_ravelRavel droeg de Pavane pour une infante défunte (Pavane voor een overleden Spaanse prinses) op aan prinses Edmond de Polignac, vóór haar huwelijk Winnaretta Singer genaamd. Zij was de erfgename van het grote fortuin dat haar vader had ver­gaard met de fabricage van de beroemde Singer naaimachines. De door haar huwelijk tot prinses gebombardeerde dame was Ra­vels mecenas. Gedurende zijn studententijd en ook later bezocht hij regelmatig haar sa­lon.
Een Pavane is een oude Spaans-Italiaanse dans, langzaam en statig. Ravel bracht met zijn stuk een ode aan deze historische dans. Het was oorspronkelijk geschreven voor piano; in die vorm beleefde het zijn première op 5 april 1902 met pianist Ricardo Viñes. In 1910 werd het door Ravel georkestreerd en de première daarvan vond plaats in Londen in de zomer van 1911 tijdens een Promenadeconcert, gedirigeerd door Henry Wood.
Voor de titel van het stuk liet Ravel zich meer leiden door de klank van de woorden dan de historische betekenis. Hij was er zeer openhartig over: hij koos de titel louter omdat hij de alliteratie van de p’s in ‘Pavane’ en ‘pour’, én de f’s van ‘infante’ en ‘défunte’ zo mooi vond klinken. Ravel: “Geef geen bijzondere betekenis aan de titel, want die is er niet. Vermijd dramatisering”.
Het stuk werd al snel bijzonder populair. Zó populair dat het voor de componist een bron van ergernis werd omdat hij vond dat hij ná de Pavane veel betere stukken had geschreven, die tóch minder geliefd waren. Hij rekende later genadeloos af met dit jeugdwerk. Hij ergerde zich ook altijd buitengewoon aan de stereotiepe uitvoeringen van zijn Pavane en placht te zeggen dat het de prinses was die was overleden en niet de Pavane!
Een stereotiepe uitvoering zult u vanavond niet horen. Onze dirigent Nicholas Devons gaat de uitdaging aan om er zijn heel persoonlijke stempel op te drukken. En… het werd niet voor niets zo populair: het is een prachtig stuk!

Anneke Alders-Teeuwen

Sea Pictures

Edward Elgar (1857-1934)

edward_elgarElgar schreef Sea Pictures slechts vier maanden ná de ‘Enigmavariaties’, die we vorig jaar hebben uitgevoerd. In 1898 vroeg de organisatie van het Norwich Festival hem een stuk te componeren voor orkest en vocalist. Elgar haalde zijn liederencyclus uit 1844 uit de kast, die hij had geschreven voor sopraan en piano. Hij orkestreerde en bewerkte deze, waarbij hij de toonzetting van sopraan naar mezzo-sopraan verlaagde.
De liedteksten zijn gebaseerd op een vijftal gedichten van verschillende auteurs.
1. Sea Slumber Song – van Roden Noel, is een zacht wiegend slaapliedje, over de kust bij Kynance Cove in Cornwall.
2. In Haven – van Elgars vrouw Caroline Alice Roberts, een dichtster/schrijfster. Dit vers is een adaptatie van haar eerder verschenen gedicht ‘Lute Song’, een herinnering aan haar vakantie op het Italiaanse eiland Capri.
3. Sabbath Morning at Sea – van Elizabeth Barrett Browning, vertelt over een dramatische zeereis die begint met bedroefd afscheid nemen. Volgens sommigen koos Elgar dit gedicht omdat hij er nog altijd verdrietig over was dat zijn vroegere verloofde Helen Weaver na de dood van haar moeder de verloving plotseling had verbroken en op zeereis ging naar Nieuw Zeeland.
4. Where Corals Lie – van Richard Garnett, is een zoete fantasie over een reis naar tropische eilanden.
5. The Swimmer – van Adam Lindsay Gordon, verhaalt over de strijd van een zwemmer in een ruige en stormachtige zee. De eerste coupletten beschrijven de kliffen van Cape Northumberland. Het kalme middendeel echoot thema’s uit de eerdere liederen.
Clara Butt zong de première op het Norwich Festival in 1899, in een met schubben bedekte jurk die deed denken aan een zeemeermin, met Elgar als dirigent. Twee weken later werd het uitgevoerd voor koningin Victoria, te Balmoral.
In 1898 representeerden de oceanen het grote onbekende, slechts door fragiele schepen bevaren, werelddeel. Elgars keuze voor deze gedichten hangt volgens sommigen samen met zijn angst en fascinatie voor de zee. Alle vijf delen vertolken de golfslag, de eb en vloed, de kerende stromen en het zich steeds veranderende oppervlak van de zee, en lijken als onderliggende thema’s slaap en het onderbewustzijn te hebben.

Leo de Haan

Symfonie nr. 8

Antonin Dvořák (1841-1904)

antonin_dvorakDvořák is een van de bekendste Tsjechische componisten, die de ultieme klassieke combinaties creëerde met gebruik van de muziek uit zijn thuisland.
Hij werd al vroeg lokaal beroemd maar pas bekend buiten Praag na het winnen van een muziekprijs in 1874. Met het uitreiken van deze geldprijs hoopte de jury hem gelegenheid te geven zorgeloos te componeren. En dat is gelukt.
De 8e symfonie werd geschreven ter gelegenheid van Dvořáks toelating tot de Academie voor Wetenschap, Literatuur en Kunst in Praag. Hij dirigeerde zelf de première in Praag op 2 februari 1890.
Deze symfonie is opvallend vrolijk in vergelijking met andere composities van Dvořák en zijn tijdgenoten. Hij liet zich meer nog dan in andere werken inspireren door de uitbundige Tsjechische volksmuziek. Hij bracht in de gebruikelijke vier delen van de symfonie een verrassende variatie van thema’s aan die soms klinken als een improvisatie. De 8e symfonie wordt gezien als een eerbetoon aan de natuur.
Dvořák componeerde deze symfonie in de zomer van 1889 in zijn buitenhuis nabij Praag. Vogels hadden duidelijk zijn interesse, zoals te horen is uit divers gekwinkeleer bij de fluit en hobo. De klarinetten geven het geroekoe van duiven weer.
Het eerste deel bevat een paar herkenningspunten. De celli spelen niet alleen de inleidende melodie maar verbinden ook de onderlinge coupletten van dit Allegro. Dan zijn er de vreugdevolle elementen met het vogelthema en het blije gevoel van een zomerse dag. En tot slot is er het geluid van de dreigende zomerstorm, wat tot meer onrust en muzikaal geweld leidt.
Het tweede deel is volgens bronnen een muzikale afbeelding van het Tsjechische landschap. Ook hier is de dreiging van slecht weer, maar wat vooral overheerst is het gevoel van schoonheid, onder andere weergegeven in de vioolsolo.
Het derde deel is een melancholieke wals, die start bij de violen. Andere instrumenten en tegenmelodieën volgen. Dit deel eindigt in een tweekwartsmaat die doet denken aan een vlotte volksdans.
De finale opent met twee trompetten die, zoals een dirigent eens zei, in Tsjechië nooit uitnodigen tot de strijd maar altijd tot dansen. Ook hier mogen de celli het deel openen en de verschillende passages verbinden. En opnieuw is er een mooie rol voor de fluit weggelegd. Daarnaast is er het triomfantelijke hoofdthema dat telkens tweemaal klinkt. Ook richting het einde klinkt dit thema opnieuw, maar dan wordt er een andere draai aan gegeven. De muziek versnelt en de pauken en trombones sturen het hele orkest naar het slot.
Wat een symfonie!

Sylvia Keijser

dvoraks-buitenhuis
Buitenhuis waar Dvořák deze symfonie componeerde.