Najaarsconcert 2017

Philharmonie, 12/11/2017, 15:00
Praktische informatie >>

bestel kaarten >>

 

Moessorgski
Nacht op de kale berg

Prokofjev
Vioolconcert nr.1
Shin Sihan, viool

Schumann
Symfonie nr. 4


Shin Sihan (viool)

Shin Sihan (1994) was bijna 6 jaar toen hij zijn eerste vioolles op de Leidse muziekschool kreeg. Na anderhalf jaar kwam hij onder de hoede van Coosje Wijzenbeek, waar hij tot zijn zestiende jaar bij studeerde. Momenteel studeert hij bij Vera Beths. In 2017 werd zijn Bachelor eindexamen aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag beoordeeld met een 10 met onderscheiding voor zijn “fenomenale virtuositeit en fenomenale muzikaliteit”. Hiermee won hij ook de Fock-medaille voor het beste eindexamen. Verdere lessen volgde hij bij o.a. Leonidas Kavakos, Igor Ozim, Pierre Amoyal, Eszter Haffner, Anner Bijlsma, Eberhard Feltz, David Takeno en Jaap van Zweden.
Shin was tweemaal eersteprijswinnaar van de Iordens Viooldagen (2006 en 2008) en in 2007 was hij prijswinnaar plus de ontvanger van de Bach Sonderpreis tijdens de 12e editie Internationale Wettbewerb für Violine Kloster Schöntal, Duitsland. In 2013 kreeg Shin de 2e prijs en de NTR Publieksprijs tijdens de 24e editie van het Nederlands Vioolconcours Oskar Back. In datzelfde jaar werd ook de Kersjes Vioolbeurs aan hem toegekend. In 2017 won hij met pianiste Anne Brackman de NPO Radio 4 Dutch Classical Talent Award.
Als solist speelde Shin met o.a. het Residentie Orkest, het Gelders Orkest, het Nationaal Jeugdorkest, het Symfonieorkest van het Conservatorium van Amsterdam, het Symfonieorkest Haerlem, het VU-orkest, het Concertgebouw Kamerorkest, het Symfonieorkest Koninklijk Conservatorium en het Orkest van het Oosten en werkte hij samen met dirigenten als Ed Spanjaard, Antony Hermus, Jac van Steen, Jules van Hessen en Leonardo Sini. Ook was hij Young Artist in Residence tijdens de Muziekzomer 2016 van het Nationaal Jeugdorkest.
Shin is ook een gepassioneerd kamermuziekspeler. Sinds 2013 is hij primarius van het Animato kwartet waarmee hij veelvuldig concerten geeft in binnen- en buitenland. Zo traden zij op tijdens o.m. het HARMOS festival in Portugal, het ‘Festival de International de Inverno de Campos do Jordão’ in Brazilië en het Kamermuziekfestival Utrecht.
Hiernaast vormt hij ook een vast duo met pianiste Anne Brackman.
Shin bespeelt een viool gebouwd in 1895 door Enrico Rocca, hem ter beschikking gesteld door het Nationaal Muziekinstrumentenfonds. Zijn strijkstok, gebouwd door Kees van Hemert (Den Haag), is aangekocht met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Een nacht op de kale berg

Modest Moessorgski (1839-1881)

Voor ‘Een nacht op de kale berg’ is het gezegde ‘Succes heeft vele vaders’ wel van toepassing. Vijf, om precies te zijn. Telt u even mee?
1) In 1866 schreef Moessorgski aan zijn mentor, Balakirev, over zijn plannen voor de compositie van een stuk over… heksen (!). Begin juni 1867 begon hij eraan; hij schrijft erover: De heksen verzamelen zich op de berg en wachten op hun heer, Satan. Als die arriveert, vormen de heksen een kring rondom zijn troon en vereren hem. Na verloop van tijd geeft Satan het startsein voor de heksensabbath.
Naar eigen zeggen componeerde Moessorgski `Avond voor Sint Jansdag op een kale berg’ – zoals hij het stuk noemde – in 12 dagen en nachten, zonder te slapen, als in een trance, en zette er toevallig precies op de avond voor Sint Jansdag een punt achter. (Sint Jansdag is een religieuze feestdag ter ere van de geboorte van Johannes de Doper en valt toevallig bijna gelijk met de zonnewende.)
Terwijl Moessorgski trots was op zijn jeugdwerk, vond zijn mentor, Balakirev, het “rommel” en weigerde het uit te voeren. Moessorgski was door deze afwijzing geheel uit het veld geslagen. Teleurgesteld probeerde hij het nog wel te hergebruiken voor twee andere projecten:
2) Hij bewerkte het symfonische gedicht in 1872 tot een stuk voor koor, vocale solisten en orkest, als bijdrage aan de in een samenwerkingsverband op te zetten ballet-opera `Mlada’. Specifiek diende het voor de scene `Nacht op berg Triglav’. Moessorgski noemde deze versie `Verheerlijking van Chernobog’ (een Slavische god van het kwaad). Het project `Mlada’ was echter gedoemd te mislukken en deze tweede versie is verloren gegaan.
3) Acht jaar later kreeg het werk zijn derde versie als `De Droomvisie van de Boerenjongen’, een intermezzo in Moessorgski’s opera `De Jaarmarkt van Sorochyntsi’ (1880), die nog niet af was toen hij in 1881 overleed. Het ging al enige tijd niet goed met Moessorgski: hij was alcoholist en daarvoor opgenomen in een inrichting. Hij heeft het werk tijdens zijn te korte leven dus nooit horen uitvoeren.
4) Na Moessorgski’s dood namen enkele vrienden het gelukkig op zich om zijn manuscripten gereed te maken voor publicatie. Het grootste deel geschiedde door Rimski-Korsakov, die in 1886 `Nacht op de kale berg’ baseerde op `Droomvisie van de Boerenjongen’. Het werd in datzelfde jaar nog uitgevoerd, met Rimski-Korsakov als dirigent. Deze ‘Nacht op de kale berg’ is sindsdien een favoriet concertstuk en het is dan ook deze versie die u vandaag van ons te horen krijgt.
5) Voor miljoenen 20e-eeuwse luisteraars is de eerste kennismaking met Moessorgski’s symfonische gedicht echter te danken aan de bewerking die Leopold Stokowski speciaal maakte voor Walt Disney’s beroemde tekenfilm `Fantasia’ (1940). Ondanks het succes van Fantasia, bleef Rimski-Korsakovs orkestratie favoriet voor orkestuitvoeringen.

Night on bald mountain. Fantasia, Disney Studios

Vijf vaders dus. Maar wat is er met de oerversie, het originele symfonische gedicht `Avond voor Sint-Jansdag op een kale berg’ (1867), eigenlijk gebeurd?

Portret door Ilja Repin geschilderd in 1881, slechts enkele dagen voor Moessorgski’s dood.

Het manuscript daarvan werd pas eind jaren twintig van de vorige eeuw door de musicoloog en dirigent Nikolai Malko ontdekt in de bibliotheek van het conservatorium te Leningrad en aldaar uitgevoerd. Wel nam hij een kopie ervan mee toen hij vluchtte naar het westen. Hij voerde het stuk ook in 1932 en 1933 in diverse landen uit. De bladmuziek van het oorspronkelijke werk werd pas in 1968 gedrukt.
Mist u dan niet iets omdat u van ons Rimski-Korsakovs versie hoort? Waarschijnlijk niet. Het mooie lyrische einde dat u hoort zit niet in het oorspronkelijke werk, dat tot het bittere eind doordendert. Uw oren blijven dus iets meer gespaard, ook omdat het oorspronkelijke werk een veel grotere orkestbezetting vraagt met vooral meer koper en slagwerk. En het lyrische einde gaat bovendien mooier over in Prokofjevs vioolconcert.

Leo de Haan

Vioolconcert nr. 1

Sergei Prokofjev (1891-1953)

Ondanks het roerige, revolutionaire karakter van 1917 in Rusland, werd dit een zeer productief jaar voor Prokofjev. Hij schreef verschillende pianowerken, de ‘klassieke’ symfonie, werkte aan het derde pianoconcert en voltooide het eerste vioolconcert, waarvan hij al in 1915 het lyrische openingsthema schreef.
De première van het eerste vioolconcert vond pas plaats in 1923. Dit had alles te maken met het feit dat er maar met moeite een solist gevonden werd die dit veeleisende werk aankon en wilde spelen. Marcel Darrieux nam deze taak ten slotte op zich. Het concert werd ten doop gehouden in Parijs onder leiding van Sergej Koesevitski, met het orkest van de Parijse opera.
In zijn werk worden verschillende stijlen herkend: klassiek, lyrisch, modern en motorisch. Wat de motoriek betreft: Prokofjev was een meester in het componeren van balletmuziek. Hij voelde de ritmiek en motoriek van de dansers feilloos aan. Beroemde balletten van zijn hand zijn Cinderella en Romeo en Julia. Zijn muziek is dan ook licht en dansend. Over het algemeen wordt zijn werk het meest gekenmerkt door de klassieken, zoals Haydn en Mozart.
Vanwege dit klassieke karakter, was het Parijse publiek niet zo gecharmeerd van het concert: zij gaven de voorkeur aan modernere muziek. In Rusland daarentegen, waar het werk wat later werd uitgevoerd, was het precies andersom: men waardeerde juist het wat meer klassieke karakter.
Zoals hierboven al aangegeven, opent het concert met een lyrisch thema, naar verluidt ingegeven door een liefdesrelatie in die periode. Het etherische karakter, dat het hele concert kenmerkt, komt prachtig tot uiting aan het einde van dit eerste deel, waar het thema terugkomt en de soloviool een stratosferisch hoge omspeling realiseert.
Prokofjevs talent om de motoriek van het menselijk lichaam muzikaal weer te geven komt fraai tot uiting in het tweede deel. Zoals bekend houden de Russen wel van een glaasje. Regelmatig loopt dit uit de hand en worden de bewegingen wat onzeker. Zo kan men hier de ‘groggy’ gang van de Rus horen die te diep in het wodkaglaasje heeft gekeken.
Na al dit vuurwerk komt in het laatste deel het lyrische thema uit het begin weer terug en eindigt dit deel als het eerste: rustig en etherisch.
Onze solist Shin Sihan heeft alles in huis om dit interessante, veeleisende werk tot zijn recht te laten komen!

Anneke Alders-Teeuwen

Een in de Sovjetunie verschenen postzegel om de 100e geboortedag van Prokofjev te herdenken.

Symfonie nr. 4

Robert Schumann (1810-1856)

Schumann was het meest bekend om zijn werken voor piano. Zodanig zelfs dat zijn andere composities vaak genegeerd werden. De publieke opinie was dat hij een volledige orkestpartij niet goed kon uitwerken. Weliswaar kon de partituur van Schumann wel wat bijschaven gebruiken, maar zijn oorspronkelijke bedoelingen moeten natuurlijk wel blijven klinken. Zijn romantische aard en muzikale visie zijn namelijk het beluisteren waard.
Schumann rondde de vierde symfonie in 1841 al af, maar reviseerde die in 1851 na het schrijven van de tweede en derde symfonie. De lichtere eerste versie van de vierde symfonie hanteert Italiaanse namen voor de vier aaneengesloten delen, de gereviseerde versie is statiger en heeft Duitse tempoaanduidingen. Schumann noemde het werk, dat hij schreef in het eerste jaar van zijn huwelijk met Clara, een `symfonische fantasie’. De première van de eerste versie werd echter overschaduwd door een pianoduet van Clara zelf, met Frans Liszt.
Tien jaar later moet Schumann gedacht hebben: `Dat gebeurt mij niet weer’ en breidde hij de symfonie op verschillende punten uit. Dit is de versie die u vandaag hoort.
De vier delen worden zonder onderbreking uitgevoerd en lopen ook muzikaal in elkaar over. Er zijn drie hoofdthema’s:
Het langzame openingsthema, dat we overigens opnieuw horen in het tweede deel en het trio van het derde deel.
Het voortstuwende thema in het derde deel en richting het einde van het vierde deel.
Het fanfarethema dat het vierde deel domineert.
Ondertussen gebeurt er natuurlijk nog veel meer. Het eerste deel klinkt de meeste tijd uitbundig; diverse motiefjes bewegen als een aanhoudende echo door het orkest. In het zeer romantische tweede deel kunnen we genieten van een samenzang van solo cello en hobo, met een vrolijk intermezzo van de viool.
Het derde deel bestaat uit een afwisseling van een heerlijk opzwepend Scherzo en een dromerig Trio waarin het openingsthema terugkomt. Als daarna de klarinet en altviool rust in het geheel brengen gaan we naar de dramatische afsluiting van het derde deel. Hier komt het rijke gevoelsleven van de componist duidelijk naar voren.
Het contrast met de opening van het vierde deel is groot. Een vrolijk klinkende dans, afgewisseld met bombastische elementen waar de koperblazers mooi aan bod komen. Hoorbaar gaan we naar de finale, waar de muziek telkens een fractie sneller gaat.
De uitvoering van de gereviseerde symfonie in 1853 was een groot succes. Schumanns fantasierijke meeslepende symfonie wordt in de huidige tijd gelukkig ook op waarde geschat.

Sylvia Keijser

Robert en Clara Schumann