Voorjaarsconcerten 2018

Wilhelminakerk, 06/04/2018 - 07/04/2018, 20:15 - 22:00

Praktische informatie >>

Beethoven
Ouverture Egmont

Brahms
Dubbelconcert voor viool en cello
Emma Roijackers, viool
Renate Apperloo, cello

Dvořák
Tsjechische suite

 

Lees verder >>

EMMA ROIJACKERS (solist viool)

Emma Roijackers begon op zevenjarige leeftijd met vioolspelen. Tot haar achttiende studeerde ze aan de Sweelinck-academie van Amsterdam met Prof. Lex Korff de Gidts. Op dit moment studeert ze bij Prof. Ilya Grubert in haar derde jaar Bachelor aan het Conservatorium van Amsterdam. Ze heeft meerdere keren meegedaan aan het Prinses Christinaconcours waar ze verschillende prijzen behaalde in de finales. Ieder jaar neemt ze deel aan muziekcursussen en masterclasses, in Nederland, Italië, Portugal, Oostenrijk en Zweden. Ze kreeg daar lessen van onder andere Gerhard Schultz, Emmy Verhey, Moshe Hammer, Eliot Lawson en Alissa Margulis. In 2012 ontving ze de prijs (Laberté Hoedemaker) bij het jaarlijkse Peter de Grotefestival als aanmoediging voor haar spel. Ze heeft meerdere keren in het Concertgebouw opgetreden. In de kleine zaal tijdens lunchconcerten en de finale van het Entrée kamermuziekconcours, en in de grote zaal als concertmeester van het Groot Entree-orkest met solist Hannes Minnaar.
Naast muziekcursussen kreeg ze masterclasses van grote musici en vioolpedagogen zoals Zakhar Bron, Schlomo Mintz, Leonidas Kavakos, Ray Chen, Jaap van Zweden en Gordon Nicolic. In 2013 speelde ze Mozarts ‘Sinfonia Concertante’ met orkest in Utrecht.
In 2015 werd ze geaccepteerd als een van de twaalf deelnemers voor de zomercursus ‘Crans-Montana Classics’ in Zwitserland.
Emma is lid van het ensemble ‘The String Soloists’, opgericht door violiste Lisa Jacobs die met het ensemble soleert. Ze spelen op verschillende locaties in binnen-en buitenland, op radio en televisie en hebben twee cd’s opgenomen met de vioolconcerten van P. Locatelli en de vioolconcerten van J. Haydn waarvoor ze veel lovende recensies hebben gekregen.
Ze speelt op een viool van Carlo Giuseppe Testore (Novara, ±1665-1716), in bruikleen van het Conservatorium van Amsterdam.

RENATE APPERLOO (solist cello)

Renate Apperloo (1995) studeert cello bij Michael Stirling in de Bachelor aan het Conservatorium van Amsterdam. Eerder studeerde ze bij onder anderen Floris Mijnders en Paul Uyterlinde.
Renate volgde masterclasses bij Maria Kliegel, Pieter Wispelwey en Dmitri Ferschtman.
In zowel 2016 als 2017 ontving ze een beurs om deel te nemen aan de ISA International Summer Academy Austria, waarbij ze intensief masterclasses volgde bij Jerome Pernoo, Romain Garioud, Xenia Jankovich en Christoph Richter.
Afgelopen najaar soleerde ze Tsjaikovski’s Rococovariaties met het Philharmonisch Orkest Mozart, onder leiding van Leon Bosch. Ze is prijswinnares van het Prinses Christinaconcours en was in 2015 cello aanvoerder van Jeugdorkest Nederland.
Sinds 2016 ontvangt ze Barokcellolessen van Viola de Hoog aan het Conservatorium van Amsterdam.
Renate speelt in het Helikon Strijkkwartet (opgericht in september 2015). Het Helikon is sinds dit studiejaar in opleiding bij de Nederlandse Strijkkwartetacademie en volgde afgelopen oktober als gastensemble lessen binnen de European Chamber Music Academy. Ze ontvingen lessen van grote namen als Eberhard Feltz, Johannes Meissl, Cuarteto Quiroga, Quator Danel en het Chilingirian Quartet. Het kwartet geeft regelmatig concerten door heel Nederland en was op afgelopen najaar live te horen op Radio 4.
Renate speelt op een Finnigan and Klaembtcello, 2013, Bremen.

Ouverture Egmont

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Beethoven voelde zich zeer aangesproken door revolutionair elan. Zijn zevende symfonie, die wij vorig voorjaar speelden, gaf de revolutionaire onrust weer tijdens de laatste dagen van Napoleon.
Het treurspel ‘Egmont’, waarvan wij vanavond de ouverture spelen, verbeeldt de dramatische gebeurtenissen aan het begin van de tachtigjarige oorlog. De lange strijd die de Hollanders voerden om het Spaanse juk van ons af te schudden. In 1568 kwamen de graven van Egmont en Hoorne samen met Willem van Oranje in opstand tegen Philips II van Spanje. Deze stuurde op zijn beurt Alva om de rust te herstellen. Willem nam de wijk naar zijn slot Dillenburg in Duitsland. Egmont en Hoorne werden gevangen genomen en terechtgesteld.
In 1787 schreef Goethe naar aanleiding van deze gebeurtenissen het treurspel Egmont. Beethoven, met zijn sympathie voor revoluties, voelde de daarin geschetste sfeer goed aan en schreef er muziek bij voor de voorstellingen in Wenen in het seizoen 1810/1811.
Van de complete muziekpartituur van Egmont wordt nu alleen de ouverture nog uitgevoerd. Zoals gebruikelijk passeren in de ouverture alle gebeurtenissen in het kort de revue.
Het stuk begint in F klein. De eerste maten zijn een dramatische, langzame introductie. Dan volgt een onrustig thema bij de celli en een kort motief bij de hoge strijkers. Dit zou kunnen staan voor het conflict. Het tweede thema bestaat uit een signaalachtig klopmotief ‘lang-lang-kort-lang-lang’. Dit wordt wel geïnterpreteerd als het noodlot. De laatste keer breekt het op dramatische wijze af; dit verklankt de onthoofding van Egmont. Daarna neemt het stuk een andere wending, gaat over in de toonsoort F groot, dat het heldendom van de graaf weergeeft. Het stuk eindigt met een coda dat de overwinning weergeeft.
De muziek werd zeer lovend ontvangen. Goethe zelf verklaarde dat Beethoven zijn bedoelingen had uitgedrukt met ‘een opmerkelijk genie’.
Interessant in deze context: onlangs is het Plakkaat van Verlatinghe tot Pronkstuk van Nederland gekozen. De officiële onafhankelijkheidsverklaring van Nederland waarbij wij in 1581 onszelf onafhankelijk verklaarden van Spanje. Dit alles werd in gang gezet door, onder anderen: Egmont! De tachtigjarige oorlog eindigde pas in 1648.
Oorlogshandelingen kunnen leiden tot prachtige muziek. Een schrale troost!

Anneke Alders-Teeuwen

Onthoofding Egmont
Gravure uit 1616 van de onthoofding van Egmont en Hoorne in 1568 op de Grote Markt te Brussel.

 

Dubbelconcert

Johannes Brahms (1833-1897)

Brahms’ concert voor viool, cello en orkest is bekend geworden als zijn ‘dubbelconcert’, maar zou ook best zijn ‘Versöhnungswerk’ kunnen heten. Naar verluidt schreef Brahms het om de vriendschap met de beroemde violist Joseph Joachim (1831-1907) te herstellen. Die vriendschap was immers belangrijk voor hem: Joachim was zijn inspirator en adviseur en niet voor niets had Brahms zijn enige vioolconcert aan hem opgedragen.
Maar de vriendschap was helaas ernstig verstoord nadat Joachim van zijn vrouw Amalie wilde scheiden op grond van haar vermeende overspel met Brahms’ uitgever Fritz Simrock. Brahms schreef in een brief aan Amalie dat hij de aantijgingen belachelijk vond. Toen Amalie tijdens de rechtszaak deze brief onthulde, waren de rapen gaar. Het scheidingsverzoek werd mede op grond van die brief niet door de rechtbank gehonoreerd, Joachim voelde zich door Brahms verraden en zegde hun samenwerking op.
Brahms vond dit erg jammer en beraamde daarom met hulp van Clara Schumann een plan om de banden met Joachim weer aan te halen. Hij herinnerde zich dat Robert Hausmann, de cellist uit Joachims kwartet, Brahms eens had gevraagd om een concert voor cello te componeren. Als hij nu eens een concert voor cello én viool zou componeren, en Joachim vragen voor de viool? Brahms wist dat Joachim een vioolconcert van hem zeker zou afwijzen, maar misschien zou hij zwichten als de cellist uit zijn eigen kwartet er een belang bij had!
Het plan slaagde: Brahms, Hausmann en Joachim kwamen bij elkaar om het dubbelconcert te repeteren. Een besloten concert volgde in het nabijgelegen casino te Baden-Baden op 21 september, 1887, waarna een publieke uitvoering plaatsvond op 18 oktober.
Clara Schumann noemde het concert daarom het ‘Versöhnungswerk’. Maar of het nou helemaal koek en ei is geworden in deze vriendenkring is twijfelachtig, afgaande op de appreciatie van het werk door zijn naasten. Joachim was niet erg enthousiast over het werk en vond dat vooral de solodelen meer glans konden gebruiken. Ook Clara was niet erg onder de indruk: ze vond dat het werk de warmte en frisheid van Brahms’ eerdere werken ontbeerde. Lekker stelletje vrienden!

Leo de Haan

Johannes Brahms (zittend) met Joseph Joachim.

Tsjechische Suite

Antonín Dvořák (1841-1904)

De Tsjechische Suite is geschreven in 1879. Op 16 mei 1879 speelde het orkest van het Provisorisch Theater in Praag de première in eigen huis onder leiding van Adolf Čech. Een jaar later dirigeerde Dvořák zijn eigen werk bij een benefietconcert voor het Nationaal Theater, een passend doel voor zo’n folkloristisch werk. De suite is namelijk gebaseerd op Tsjechische (Boheemse) volksdansen.
In die tijd werden Dvořáks werken meestal gepubliceerd door uitgeverij Simrock. Dvořák was echter niet blij met de eis van Simrock om nieuwe werken als eerste aangeboden te krijgen (en te kunnen weigeren). Daarom gaf hij de Tsjechische suite een ouder opusnummer 39, in plaats van het (chronologisch gezien) ware nummer 52. Dit gaf Dvořák in 1881 de mogelijkheid het via een andere uitgever (Schlesinger) te publiceren. Een geluk voor ons dat zijn talent door deze uitgever wél erkend werd, evenals eerder door Johannes Brahms (ook in dit programma), die hem bij vakgenoten en uitgevers introduceerde.
De suite bestaat uit vijf delen: Preludium, Polka, Sousedská, Romance en Finale.
Het Preludium begint melodieus, met de baslijn als continuo. We horen hier al milde echo’s in de orkestpartij.
Dan volgt de meer ritmische Polka met onverwachte accenten, die overgaat in een vlotte dans in het trio. Hierbij verandert ook de toonsoort, van D klein naar F groot.
Sousedská is een gesprek tussen klarinet, fagot en strijkers met dans-hupjes. Het beeld van een Boheemse bruiloft of een dorpsfeest komt op.
De lyrische Romance geeft de hoofdrol aan de fluit en althobo. Het begint bescheiden als een ontluikende liefde, gevolgd door prachtige muzikale lijnen om bij weg te zwijmelen.
In de Finale klinkt een typisch syncopische wals die Dvořák in andere werken ook heeft gebruikt. Deze wordt geïntroduceerd door de hobo. Pauken en trompetten geven extra vaart aan het geheel in deze laatste fase.
De Tsjechische suite is een mooi voorbeeld van hoe een orkest als één geheel kan functioneren. Als een Zwitsers uurwerk draaien de verschillende onderdelen perfect in elkaar. Instrumenten wisselen elkaar af of spelen samen, melodie en contrapunt in perfecte harmonie. Het is een genot om te spelen!

Sylvia Keijser

Standbeeld van Dvořák te Praag.